Belastingparadijzen

Een belastingparadijs is een jurisdictie die een relatief gunstig belastingstelsel bezit. Het begrip is sterk ingekleurd door de fiscale doctrine van ieder land: zo is Nederland in de ogen van veel Amerikanen een belastingparadijs terwijl voor veel Nederlanders België en Luxemburg veel betere alternatieven zijn.

Belastingparadijzen bezitten één of meer fiscale voordelen om bedrijven of vermogende particulieren aan te trekken, zodat ze zich in het land vestigen. Dit kan bestaan uit het ontbreken van heffingen op royalties (Nederland), een ruime deelnemingsvrijstelling (Nederland), een rulingpraktijk (zeer veel landen), lage belastingtarieven voor bepaalde (buitenlandse) vennootschappen (Luxemburg, Nederlandse Antillen), of algehele lage tarieven (Nauru). Ze zijn vaak zeer creatief in het bedenken van nieuwe wetgeving die de rest van de wereld soms tot wanhoop brengen.

Belastingparadijzen zijn meestal landen die slechts weinig economisch potentieel bezitten (Monaco, Andorra, Marshalleilanden), sterk afhankelijk zijn van de dienstensector (Nederland, Luxemburg), of een “open” economie hebben (Nederland). Nauru is een geval apart. Vroeger was door de inkomsten uit fosfaatwinning een hoge belastingheffing helemaal niet nodig. Sterker nog: veel voorzieningen van de overheid waren gratis. Nu is het fosfaat echter op, en probeert Nauru als belastingparadijs te overleven. Belastingparadijzen willen hun opbrengsten niet uit hoge tarieven halen, maar uit de hoge aantallen. Als veel bedrijven (brievenbus)vennootschappen oprichten in het belastingparadijs, verdient dit toch veel geld door de grote aantallen, en door andere rechten die ze moeten betalen (registratierecht, etc.). Bovendien maken deze bedrijven gebruik van de lokale dienstensector (trustkantoren, advocaten). Vermogende particulieren tracht men ertoe te brengen hun geld uit te geven in het belastingparadijs (Monaco).

De OESO-landen zien dit vaak met lede ogen aan. Ze proberen op verschillende manieren hun wetgeving aan te passen, zodat het voor bedrijven en particulieren moeilijker wordt aan het belastingstelsel te ontsnappen. Zo kent Nederland een ruim woonplaatsbegrip, en hebben Frankrijk en de Verenigde Staten CFC-wetgeving ingevoerd. Ook kan een land ervoor kiezen geen belastingverdrag met een belastingparadijs te sluiten, of de voordelen hiervan aan bepaalde gevallen te ontzeggen. In het uiterste geval komt het wel eens tot economische sancties. Frankrijk ging in 1962 eenvoudiger te werk. Het land dreigde Monaco’s waterleiding af te sluiten, tenzij Monaco de fiscale voordelen voor Franse onderdanen terugnam. In OESO-verband zet men belastingparadijzen onder druk hun stelsels aan te passen. Ook in Europees verband wordt toegezien op het uitbannen van “harmful tax practises”.

Gunstige belastingregimes gaan vaak hand in hand met een soepel vennootschapsrecht, waarmee men makkelijk een vennootschap op kan richten. Soms hanteert men zelfs vrij creatieve rechtsvormen, zoals de Protective Cell Company (Jersey). Ook wordt het soms gecombineerd met een strict bankgeheim (Zwitserland). Nadeel is dat dit ook veel misbruik uitlokt, waardoor veel belastingparadijzen een “crimineel” imago hebben gekregen.
Lijst van landen die als belastingparadijs worden gezien
Deze lijst omvat belastingparadijzen in de breedste zin van het woord. Nederland komt er bijvoorbeeld op voor, omdat dit land door de rulingpraktijk, deelnemingsvrijstelling en ontbreken van royaltybelasting wordt gezien als belastingparadijs. Wat voor de één een belastingparadijs is, is dat voor de ander niet. Zo is Nederland voor veel bedrijven een belastingparadijs, terwijl veel vermogenden steen en been klagen over het 52% tarief.

Lijst van landen die als belastingparadijs worden gezien

Deze lijst omvat belastingparadijzen in de breedste zin van het woord. Nederland komt er bijvoorbeeld op voor, omdat dit land door de rulingpraktijk, deelnemingsvrijstelling en ontbreken van royaltybelasting wordt gezien als belastingparadijs. Wat voor de één een belastingparadijs is, is dat voor de ander niet. Zo is Nederland voor veel bedrijven een belastingparadijs, terwijl veel vermogenden steen en been klagen over het 52% tarief.